Een taxibedrijf dat één van zijn chauffeurs ontsloeg vanwege werkweigering, stond daarmee in zijn recht. Eerder dacht de rechter daar anders over, maar in hoger beroep heeft het taxibedrijf zijn gelijk gehaald.

De vrouw werd in 2014 op staande voet ontslagen. Het begon met geruzie over het taxivoertuig waarin zij haar werk die dag moest doen, zo heeft de bedrijfsleider verklaard. De ene auto had een kapotte zonneklep, de ander zou vies zijn en weer een ander voertuig was in haar ogen ongeschikt omdat het geen automaat was. Volgens de bedrijfsleider maakte de vrouw de nodige ophef. Toen ze vervolgens van de centrale een rit toebedeeld kreeg, weigerde ze die te rijden.

Gevloek en geschreeuw

De bedrijfsleider heeft verklaard dat er op enig moment “een half uur scheldkanonnades, stemverheffing en gedoe met auto’s” had plaatsgevonden. De bedrijfsleider gaf toen aan dat de vrouw wat hem betreft kon opdonderen. Zij heeft nog wat spullen uit één van de taxi’s gehaald, die op kantoor op een tafel gegooid. Vervolgens is ze, zowel volgens de bedrijfsleider als de centralist, met het nodige gevloek en geschreeuw vertrokken. De centralist onderschrijft de lezing van de bedrijfsleider.Het ontslag van de vrouw werd nog bevestigd in een formele brief. Tijdens het hoog opgelopen gesprek zelf is niet van werkweigering en ontslag gesproken, maar volgens de diverse getuigen blijkt uit wat tijdens de ruzie is gezegd duidelijk dat er sprake was van werkweigering en het wegsturen van een medewerker. Voor het gerechtshof is verder bewezen dat de vrouw de opdracht om een rit uit te voeren tot twee keer toe weigerde. Ook dat ze spullen op een tafel geeft gegooid en boos is weggelopen, staat voor het hof vast.

Niet willen wachten

De vrouw heeft nog aangevoerd dat ze diverse auto’s op terechte gronden heeft geweigerd. Maar volgens het gerechtshof maakt een kapotte zonneklep, handgeschakelde versnelling of vermeende viesheid een voertuig nog niet ongeschikt voor gebruik. Bovendien wilde de vrouw niet willen wachten op een auto die in haar ogen wel geschikt was, maar die nog moest worden afgetankt.Verder voerde zij nog aan dat haar niet duidelijk was dat ze op staande voet was ontslagen. Dat zou ze pas de volgende dag hebben doorgehad, toen ze weer op haar werk verscheen. Maar ook hier hecht het hof weinig waarde aan. De bedrijfsleider vertelde haar op te donderen en uit het feit dat ze spullen op tafel gooide en boos vertrok, zou duidelijk blijken dat ze begreep op staande voet ontslagen te zijn. Dat dit vanwege werkweigering gebeurde, is voor het hof ook duidelijk. Waar de vrouw de eerdere rechtszaak over deze kwestie won, krijgt in hoger beroep het taxibedrijf gelijk.

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

(We delen uw gegevens niet met derden en gebruiken deze alleen voor het beoogde doel)